|
De taal van de dokter... Wat zegt de dokter en wat bedoelt hij daar eigenlijk mee?
1. 'Dit moeten we NU aanpakken!': Volgende week ga ik op vakantie maar dit is zo gemakkelijk en winstgevend dat ik dit moet behandelen voordat het uitzichzelf weggaat.
2. 'Wat hebben we hier?': Ik heb geen flauw idee, geef eens een hint.
3. 'We zullen eens zien': Eerst mijn verzekering nakijken.
4. 'Laat me je medisch dossier even nakijken': Even controleren of je de vorige rekeningen betaald hebt.
5. 'Laten we afspraak maken voor volgende week': Ik heb geld nodig, nu kan ik een extra bezoek in rekening brengen.
6.'Hmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmm': Ik heb geen flauw idee, zuster zeg eens wat.
7. 'Ik heb goed nieuws en slecht nieuws': Het goede nieuws is dat ik een BMW koop, het slechte nieuws is dat jij ervoor betaalt.
8. 'Laten we even kijken hoe dit zich ontwikkelt': Mischien ontwikkelt het zich in iets wat genezen kan worden.
9. 'Laten we je even onderzoeken in het lab': Ik heb daar aandelen in.
10. 'Ik schrijf je een nieuw medicijn voor': Ik ben bezig met een onderzoek en heb proefkonijnen nodig.
11. 'Als het volgende week nog niet over is bel me dan.': Ik weet niet wat het is, mischien gaat het vanzelf over.
12. 'Die wond ziet er niet goed uit': Ooh god ik moet overgeven.
13. 'Dit kan een beetje pijn doen.': Vorige week beten twee patiënten hun tong eraf.
14. 'Alles is in orde.': Shit kan ik dat strandhuis nog niet kopen.
15. 'Ik wil nog wat testen doen.': Ik weet niet wat er aan de hand is, mischien die van het lab wel.
16. 'Waarom kleed u zich niet even uit.': Ik moet mijn handen opwarmen.
17. 'Als deze symptomen blijven, maak dan een nieuwe afspraak.': Ik heb nog nooit zoiets smerigs gezien, gelukkig ben ik volgende week vrij.
18. 'Dit heerst op het moment.': Ooh jee dit is de derde al deze week, ik moet me hier toch eens in verdiepen.
Terug
|